Nadat de boekhoudpartner en de relaties correct staan, controleer je op het niveau van het dossier zelf de velden die nodig zijn om te kunnen factureren.
Verplichte velden op het dossier #
Controleer in Matters de volgende noodzakelijke velden:
- Boekhoudpartner op het dossier
- Dominus op het dossier
- Debiteur —factuuradres
- Debiteur — facturatiedeelname (Debiteurnummer) én E-invoice (voor B2B)
“Is e-invoice” aanvinken op de debiteur #
Bij de partij Debiteur, tabblad Facturatiedeelname, vink je “Is e-invoice” aan. Dit zorgt ervoor dat de facturatie van het betrokken dossier effectief elektronisch verloopt (B2G/B2B).

Op datzelfde tabblad kan je ook een bestelordernummer (PO-nummer) invoeren — dit nummer komt terug op de e-factuur.
⚠️ Let op het verschil tussen B2G en B2B:
- Bij Vlaamse overheidsbedrijven (B2G) is het PO-nummer verplicht
- Voor B2B is het PO-nummer niet verplicht — je mag dit veld leeg laten als de ontvangende partij er niet naar vraagt
Overige instelling: professionele bankrekening #
In het tabblad Billing van het dossier vind je het veld “Prof. Bankrekening” (onderaan, middenkolom). Hier kan je de standaard bankrekening (die met het vinkje “facturatierekening” in Accounting) overrulen voor dit specifieke dossier. Je kiest daarbij uit alle bankrekeningen van type “professionele bankrekening” die bij de boekhoudpartner horen.
Kort overzicht — wat moet er klaarstaan om te kunnen factureren? #
Op het dossier:
- Boekhoudpartner
- Dominus
- Debiteur — factuuradres
- Debiteur — facturatiedeelname (debiteurnummer) én e-invoice (voor B2B)
Op de relatiefiche van de debiteur:
- Btw-nummer
- Alle adresgegevens voor facturatie, met e-mailadres
- Boekhoudgegevens zoals btw-status en inwonertype, én e-invoice (voor B2B)

