Worden advocaten juridische ingenieurs?

Dit is het tweede van twee artikelen over juridische engineering (legal engineering). In ons vorige artikel hebben we uitgelegd wat juridische engineering is. In dit tweede artikel ligt de nadruk op de vraag of advocaten juridische ingenieurs aan het worden zijn. We beantwoorden de volgende vragen: Wat doen juridische ingenieurs? Worden advocaten juridische ingenieurs? Waarom worden advocaten juridische ingenieurs? Hoe verloopt deze overgang? En wat betekent dit voor de toekomst?

Wat doen juridische ingenieurs?

In het vorige artikel hebben we dit reeds besproken, maar een korte samenvatting is wellicht op zijn plaats. Traditionele juristen passen de wet toe op specifieke zaken. Juridische ingenieurs ontwerpen, bouwen en onderhouden slimme softwaresystemen om juridische diensten sneller en efficiënter te kunnen leveren. M.a.w., in plaats van alleen maar wetgeving en jurisprudentie te bestuderen, vertalen juridische ingenieurs complexe juridische expertise naar gestructureerde gegevens en AI-instructies.

Hun belangrijkste taken vallen uiteen in vier categorieën. De eerste is workflow automatisering, waarbij ze repetitieve juridische taken stroomlijnen. Vervolgens is er documentautomatisering, waarbij dynamische documentsjablonen worden geprogrammeerd en geconfigureerd. Vervolgens is er systeemimplementatie, wat te maken heeft met het opzetten van Contract Lifecycle Management (CLM)-software en AI-native tools. Tot slot is er procesoptimalisatie. Dit heeft te maken met zaken zoals het wegnemen van knelpunten en het standaardiseren van de manier waarop juridische diensten worden geleverd.

Worden advocaten juridische ingenieurs?

We leven in wereld waar software koning en alomtegenwoordig is. Als gevolg daarvan ondergaat de advocatuur een van de meest ingrijpende veranderingen in eeuwen. Advocatenkantoren gebruiken software niet alleen om hun kantoor te beheren, maar ook om juridische kennis te beheren, en inmiddels zelfs om juridisch werk te verrichten. Tom Martin van Lawdroid schreef een artikel waarin hij stelt dat advocatenkantoren steeds meer softwarebedrijven worden. Het logische gevolg hiervan is dat advocatenkantoren behoefte hebben aan juridische ingenieurs. Vandaar de vraag: “Worden advocaten juridische ingenieurs?

Het antwoord is genuanceerd. Er kunnen drie groepen worden onderscheiden: 1) sommige advocaten omarmen de verandering actief, 2) velen worden er stapsgewijze toe aangezet, en 3) – zoals vaak het geval is als het om technologie gaat in de advocatuur – een enkeling verzet zich er volledig tegen. Maar deze veranderingen, waarbij advocatenkantoren steeds meer door software worden aangestuurd, zijn structureel van aard. Dat betekent dat de druk om zich aan te passen hoogstwaarschijnlijk niet zal afnemen.

Waarom worden advocaten juridische ingenieurs?

Waarom worden advocaten steeds vaker juridische ingenieurs? Er zijn verschillende factoren waarmee rekening moet worden gehouden.

Jarenlang volgde de juridische sector een model van gefactureerde uren en was er weinig stimulans om daar verandering in te brengen. Cliënten betaalden hoge tarieven voor werk dat in veel gevallen repetitief en procesgericht was, in plaats van echt juridisch. De opkomst van juridische informatica (ook legaltech genoemd), en meer recentelijk generatieve AI, heeft voor een ingrijpende kentering gezorgd. Vroeger waren er taken die uren werk rechtvaardigden, zoals het doorlichten van documenten, het opstellen van contracten en juridisch onderzoek. Diezelfde taken kunnen nu door software worden uitgevoerd in een fractie van de tijd en tegen een fractie van de kosten. Advocatenkantoren en juridische afdelingen van bedrijven hebben daarom nu behoefte aan hybride professionals die de kloof tussen menselijk juridisch oordeel en machine-output kunnen overbruggen.

Daar komt nog bij dat de vraag naar efficiëntie steeds verder groeit. Cliënten verwachten meer schaalbare, kosteneffectieve oplossingen in plaats van uitsluitend te vertrouwen op traditioneel, ambachtelijk juridisch werk. Dit heeft voor veel advocaten een ongemakkelijke realiteit gecreëerd. De traditionele juridische loopbaan begon vroeger als advocaat-stagiair en draaide om het leren van het vak door het uitvoeren van grote hoeveelheden werk met een lagere complexiteit. Tegenwoordig merken beginnende advocaten vaak dat het werk dat ze de eerste jaren verwachtten te doen, al werd geautomatiseerd.

Moeten ze juridische ingenieurs worden?

Hier wordt het debat interessant. Niet elke advocaat hoeft een softwareontwikkelaar of procesingenieur te worden. Pleidooien in de rechtszaal, complexe onderhandelingen, rechtszaken m.b.t. rechtsbeginselen, of gevoelige familierechtzaken vragen nog steeds om uitgesproken menselijke kwaliteiten. Inzicht, empathie, overtuigingskracht en ethisch redeneren kunnen nog steeds niet door een algoritme worden nagebootst. Er zal altijd vraag blijven naar advocaten die gewoonweg uitblinken in het uitoefenen van het vak van advocaat in de traditionele zin.

De vraag is nu in hoeverre advocaten kunnen voorkomen dat ze juridische ingenieurs moeten worden. Zelfs van advocaten die nooit een regel code schrijven, zal steeds vaker worden verwacht dat ze begrijpen wat technologie wel en niet kan. Ze zullen moeten samenwerken met juridische ingenieurs en datawetenschappers, en weloverwogen beslissingen moeten nemen over welke hulpmiddelen in welke contexten moeten worden ingezet. Wat we nu al kunnen vaststellen, is dat technologische geletterdheid steeds meer een essentiële professionele competentie wordt. Het is niet langer een specialisatie die voor enkelingen is weggelegd.

Hoe verloopt deze overgang?

We hebben hierboven al vermeld dat sommige advocaten deze ontwikkeling actief omarmen, terwijl anderen ertoe worden aangezet. (Voor de derde groep is de overgang nog niet aan de gang.) Laten we deze twee groepen nader bekijken.

De pioniers

Een groeiende groep advocaten heeft enthousiast op deze evolutie gereageerd. Ze hebben zich bijgeschoold in datawetenschap, hebben leren programmeren in Python of Javascript, of hebben formele kwalificaties op het gebied van juridische technologie behaald. Ze zijn gaan werken in functies die tien jaar geleden nog niet bestonden, zoals directeur juridische zaken, specialist in contractanalyse of juridisch adviseur voor legaltech-producten. In veel gevallen hebben ze salarissen en invloed die vergelijkbaar zijn met – of zelfs groter zijn dan – die van traditionele partners.

Rechtenfaculteiten hebben hierop gereageerd door hun opleidingsaanbod uit te breiden. Al de belangrijkste rechtsfaculteiten leveren afgestudeerden af die net zo vertrouwd zijn met het bespreken van API’s en workflow-automatisering als met het analyseren van wetgeving en jurisprudentie. Deze afgestudeerden zijn al juridische ingenieurs wanneer ze de arbeidsmarkt betreden.

De volgers die in de juridische engineering worden geduwd

Bedrijven zijn de belangrijkste afnemers van juridische diensten. Ze zijn steeds meer verfijnd en veeleisender geworden. Bedrijfsjuristen in grote bedrijven maken tegenwoordig regelmatig gebruik van juridische operationele teams met taken die technisch gezien niet juridisch zijn, maar niettemin noodzakelijk. Deze taken omvatten bijv. het behalen van meerwaarde bij externe advocatenkantoren, het inzetten van technologie om juridisch werk intern te beheren en het nauwkeurig meten van resultaten.

Het gevolg is dat advocatenkantoren die wedijveren om zakelijke opdrachten onder druk staan om hun technologische knowhow aan te tonen. Sommige hebben speciale juridische engineering-teams of innovatielaboratoria opgezet. Anderen zijn partnerschappen aangegaan met juridische informaticabedrijven, en weer anderen hebben technologiebedrijven ronduit overgenomen. De boodschap van de markt is duidelijk: juridische expertise alleen is niet langer voldoende om zich te onderscheiden.

Deze evolutie is ook toezichthoudende instanties niet ontgaan. De Solicitors Regulation Authority in Engeland en Wales heeft aangegeven dat technologische vaardigheden steeds meer deel gaan uitmaken van wat er nodig is om als advocaat geschikt en betrouwbaar te worden beschouwd. In de VS wordt de deontologische plicht tot technologische vaardigheid voornamelijk geregeld door ABA Model Rule of Professional Conduct 1.1. Die verlangt van een advocaat dat hij of zij competente vertegenwoordiging biedt. Soortgelijke discussies vinden plaats in Australië, Singapore en in balies in de hele Europese Unie.

Wat betekent dit voor de toekomst?

Het meest waarschijnlijke scenario is niet dat alle advocaten juridische ingenieurs worden, maar dat het beroep zich scherper zal opsplitsen dan dit in het verleden het geval was. Aan de ene kant staan dan zeer gespecialiseerde menselijke adviseurs die zich bezighouden met complexe, risicovolle zaken waarbij aanzienlijk beoordelingsvermogen vereist is. Aan de andere kant staan juridische ingenieurs en ontwikkelaars van legaltech-producten die de systemen ontwerpen die al het overige werk afhandelen. De advocaten die succesvol zullen zijn, zijn degenen die begrijpen welke plaats zij in dat landschap innemen en daar hun inspanningen op afstemmen.

Voor rechtenstudenten die vandaag de dag aan hun carrière beginnen, is de boodschap duidelijk. Het verwerven van een minimum aan technische vaardigheid – ook al blijft die ver achter bij diepgaande technische expertise – verbreedt de carrièremogelijkheden aanzienlijk en biedt weerbaarheid tegen automatisering. Voor advocaten die technologie beschouwen als het probleem van iemand anders, is de kans groot dat ze zich dit later zullen beklagen.

Bronnen:

Een vrijblijvend gesprek met Cicero

Het lijkt ons leuk u te leren kennen.